Wanten met dubbele duim van wol
Wanten met dubbele duim van wol, gebruikt door vissers. In strenge winters verdienden de vissers weinig. Als de reserves uitgeput raakten, gingen een aantal vissers onder het ijs op spiering vissen. Dit was niet zonder gevaar, het ijs op de Zuiderzee kon op sommige plekken verraderlijk dun zijn. De vissers gebruikten een speciale slee, bijlen, een lijn met kurken en een lat. Met bijlen hakten ze gaten in het ijs. Deze openingen lagen ongeveer vijf meter van elkaar. Met de lat werden de netten onder het ijs door van gat tot gat gebracht. Stenen op de uiteinden van de lijnen zorgden ervoor dat de netten niet wegstroomden. In de ochtend gingen de vissers terug om de vangst op te halen en de netten weer te spannen. Ze verkochten de spiering voor één of twee cent per stuk. Spiering kon ook gevangen worden op open zee. Dat bracht dan aanzienlijk minder op. Vissers kregen er drie of vier cent per pond voor. Niet alleen het spieringkloppen zelf was een hele creatieve onderneming, ook de attributen die de vissers gebruikten getuigden van veel creativiteit. De vissers droegen tijdens het vissen deze wollen wanten met aan twee kanten een duim. De want, en dan vooral de duim, werd tijdens het vissen nog wel eens nat. Bijvoorbeeld bij het hakken van de gaten in het ijs of bij het binnenhalen van de vislijn. Een natte handschoen kwam de isolatie van de handschoen niet ten goede. Zonder deze handschoenen zouden hun handen onderkoeld en gevoelloos raken. De vissers konden zo verwondingen oplopen zonder het te voelen, wat erg gevaarlijk was tijdens het werken. Dus maakten de vissers twee duimen aan de want zodat zij de want snel om konden draaien om de droge kant te gebruiken. Voor het gebruik werden de wanten ook nog eens gewassen in azijn zodat de vezels van de wol samenklitten. Op die manier werden de wanten heel stevig.