Flesje met het ooit befaamde Zutphensche Elixer
Een flesje met het Zutphensche Elixer probatum van wondermiddel tot maagbitter. Dhr. J. van der Kluit, arts en voorzitter van de HVZ, heeft Apotheek De Brink, H.J. Schuringa bereid gevonden een proeve van dit elixer te bereiden. N.a.v. het artikel hierover van Willem Frijhoff voor het Liber amicorum aangeboden aan Prof. Dr. H.F.J.M. van der Eerenbeemt in 1986. Hier volgt de geschiedenis van het ooit befaamde 'Zutphensche Elixer', later 'Van der Veen’s Elixer Probatum' genoemd, een wondermiddel en maagbitter waarvan de produktie rond 1778 door de uitvinder, kramer Gerrit van der Veen in de Turfstraat te Zutphen, ter hand werd genomen. Zijn verdiensten stelden hem in staat het ene huis na het andere in de stad aan te kopen, maar het bedrijfsresultaat zou pas exponentieel gaan toenemen toen hij in 1798 naar Rotterdam verhuisde, waar hij zich in de nabijheid van zijn toeleveringsbedrijven, de bloeiende jeneverstokerijen, vestigde; in 1803 bleek de elixerfabriek een tiental arbeiders in dienst te hebben, tweemaal zoveel als de gemiddelde branderij. Een jaar later richtten kleermaker en neef Meindert van der Veen, klokkenmaker Hendrik Gerrit Ruempol en Gerhard Willem Olthoff in Zutphen gezamenlijk een concurrerende elixerfabriek op, die onder dezelfde merknaam optrad en haar produkt eveneens via een netwerk van honderden wederverkopers in het hele land aan de markt bracht. Maar de Rotterdamse firma zat niet alleen dichter bij de bron, ze had ook betere contacten met Den Haag en wist in 1810 van de minister het landelijk monopolie te verkrijgen. Het Zutphense produkt, nu 'Opregte Van der Veen’s Elixer' genoemd, verdween niet zonder meer, maar de Rotterdamse firma wist zich landelijk als de echte kwaliteitsproducent te doen erkennen. Zeer onbeduidende wapenschilden hebben bekendheid en vermaardheid verworven, omdat zij de uithangteekens waren van winkels, waar 't een of ander geneesmiddel of elixir verkocht werd, dat opgang maakte bij 't publiek. Zo hing, overal waar het Opregte van der Veen's elixir verkocht werd, een schild uit met drie turven boven een zwarten veengrond, gedekt met een helm, en een leeuw tot cimier. Dit heette 't wapen van Van der Veen, en de waarborg der echtheid van het elixer. Het Van der Veen’s elixer wordt genoemd in Hildebrand’s Camera Obscura (1839) en wel bij de familie Stastok.