Collectie Gelderland

Balkunstenaar

Een terugkerend motief in de tekeningen van Ada Dispa zijn duivelachtige, tweegeslachtelijke wezens in carnavaleske taferelen. Dans verbeeldt ze vaak als een transformatie-ritueel dat appelleert aan diepe krachten en verlan­gens, en via destructie leidt tot nieuwe levenskracht. Het zes-armige personage met kleurrijk lapsjeskostuum in ‘Balkunstenaar’ lijkt een vermenging van een clownsfiguur en de hindoeïstische god van vernietiging en schepping Shiva. De kleuren zijn vrolijk, maar het tafereel van stekelachtige ballen die de figuur uit lichaamsopeningen lijkt te persen en trekken oogt uiterst pijnlijk. Het lijkt een letterlijke verbeelding van angsten en frustraties waarvan het lichaam zich moet bevrijden.