Collectie Gelderland

Muts voor halve rouw

Witte klederdrachtmuts voor de halve rouw met twee geplooide voorstroken en achterstrook. Het bolletje heeft twee met wit geborduurde randen. De halve rouw duurt zes maanden en drie weken. Rouwmutsen. In gebieden met streekklederdracht waarin de vrouwen vrijwel altijd mutsen droegen was het een gewoonte dat na het overlijden van een nauw verwant familielid werd getoond dat men in een zware rouwperiode was. Het was een belangrijk element in de rouwverwerking. Deze duurde in Bennekom één jaar en zes weken. Daarna volgde een periode, een half jaar en drie weken, van lichte rouw. Weduwen bleven vaak altijd in de halve rouw. De klederdrachtkleur in de omgeving van Bennekom was zwart en is daarmee al rouwkleurig. Daardoor bleef muts over om de rouw te tonen. Een muts voor de zware rouw is een volledige katoenen muts. De muts voor de lichte rouw had al wat eenvoudig kant op het bolletje maar nog geen kant langs de achterstrook. Men noemde deze mutsen “Marktmutsen”. Was men niet in de rouw dan waren de bolletjes en de randen van kant. De rouw gold ook voor de knipmutsen die men droeg op zondag en feestelijke dagen.