Potten en potscherven komen veel voor in archeologische verzamelingen, maar goud is er altijd schaars. De legendarische 'pot met goud' komt bij opgravingen maar zelden tevoorschijn.
Op het landgoed Oostereng, tusen Bennekom en Renkum, is het ooit gebeurd. Bij het afgraven van grind vonden werklieden in 1891 een pot van aardewerk en vlak daarbij twee gouden voorwerpen. De pot is een fraai voorbeeld van een Veluwse klokbeker. Klokbekers zijn aan de buitenzijde zorgvuldig versierd met geometrische motieven en arceringen. Ze dateren uit het einde van de Nieuwe Steentijd, tussen ca. 2500 en 2000 voor Christus.
De werklieden moeten bij het graven onverhoeds een oude grafheuvel hebben aangesneden, opgeworpen over het graf van een belangrijke persoon. Aan het einde van de Steentijd waren metalen voorwerpen heel exclusief en het gouden sieraad is voor Nederland zelfs uniek. De twee stukken hebben samen een dunne halsring gevormd of een diadeem voor op het hoofd.