"Zegt de naam J.D. Frost u iets", was in 1997 een vraag van een bezoeker van het Airborne Museum in Oosterbeek. De staf van het museum knikte instemmend en dat leverde een topstuk op.
Op 17 september 1944 landde John Frost als commandant van het 2e
parachutistenbataljon bij Wolfheze. Om zijn troepen te verzamelen,
gebruikte hij zijn jachthoorn. Deze had hij gekregen bij zijn
afscheid in Irak, waar hij diende voordat de Tweede Wereldoorlog
uitbrak. Bij de gevechten om de Rijnbrug, raakte Frost gewond en
werd hij door de Duitsers gevangen genomen. Hierbij verloor hij
zijn jachthoorn.
In juli 1945 hield de heer E.R. Oosterwijk, als lid van de
Nijmeegse Luchtbeschermingsdienst, toezicht op de
opruimwerkzaamheden bij de Rijnbrug. Tijdens het laden van puin zag
hij iets schitteren. Het was een jachthoorn. Oosterwijk nam hem
mee, maakte de hoorn schoon en deukte hem uit. Uit de inscriptie
bleek dat hij aan kapitein J.D. Frost toebehoord had.