Al vele eeuwen kent Nederland een bloeiende tegelindustrie, die in de zeventiende en achttiende eeuw internationaal toonaangevend was. Velen denken bij tegels allereerst aan het bekende Delfts blauw, maar in de loop van meer dan vierhonderd jaar is er veel meer gemaakt. Het verhaal van de Nederlandse tegels, de techniek, de toepassing en de veranderingen in de decoraties zijn te zien in het Nederlands Tegelmuseum, gelegen in Otterlo, midden op de Veluwe, aan de rand van bos en hei.
Het museum dankt zijn ontstaan aan de architect G. Feenstra (1890-1985), die rond 1950 merkte dat grote aantallen antieke tegels naar het buitenland verhandeld werden. Hij probeerde daarom een historisch representatieve verzameling op te bouwen om deze in Nederland te behouden. Vanaf 1961 stelde hij zijn collectie voor het publiek open in enkele zalen bij zijn zelf ontworpen bungalow in Otterlo. Gebouwen en collectie schonk hij enkele jaren later aan de stichting die het museum beheert. In de loop van ruim veertig jaar is het museum voortdurend uitgebreid en toont nu het grootste en meest volledige overzicht van de Nederlandse tegel vanaf zestiende eeuw tot nu. De collectie telt ruim 10.000 inventarisnummers.
De vroegste bloeiperiode van de Nederlandse wandtegel valt
binnen de eerste helft van de zeventiende eeuw. De collecties van
Feenstra en het langdurig bruikleen van de verzameling van Dingeman
Korf, een bekende schrijver over Nederlandse tegels, geven een goed
beeld van de ontwikkeling en diversiteit in deze periode. Door de
recente schenking (2004) van de collectie van mevrouw M.F.M.
Manschot-van der Meij (1912-2004) heeft het museum bovendien enkele
zeldzame, soms zelfs geheel onbekende topstukken uit deze tijd
verworven.
De achttiende en negentiende eeuw zijn de periode van de grote
tableaus met onder meer Bijbelse voorstellingen, bloemvazen,
schepen en portretten. Een opvallend object uit deze periode vormt
een complete, met Bijbelse voorstellingen betegelde Zaanse smuiger
(schoorsteenmantel). Een ander voorbeeld is het tableau van een
houtzaagmolen, in 1807 geschilderd door Douwe Klazes als eerste
schilder van Tichelaar in Makkum.
Vanaf 1875 doen tal van nieuwe technieken hun entree in de
tegelproductie. De kleurenrijkdom neemt toe en tegels kunnen ook
buiten, tegen de gevels van gebouwen worden toegepast. Het museum
bevat bijzondere voorbeelden van betegelde winkelinterieurs (onder
meer viswinkels en slagerijen) en van de kostbare tableaus die ter
herinnering aan bedrijfsjubilea gemaakt werden. Hoogtepunten uit
deze periode zijn de gevelbetegelingen die de keramist Max Läuger
in 1907 ontwierp voor huize Kareol in Aerdenhout.
Ook in onze tijd laten keramisten en vormgevers zich nog inspireren door de tegel, hetzij als monumentale wandafwerking, hetzij als kunstwerk op zich. Regelmatig is daarom tegelwerk van hedendaagse kunstenaars in het museum te zien. Een recente aanwinst van het museum betreft het grote tableau 'Transformatie' (2002) van de in New York geboren en in Nederland werkzame schilder Chris Dagradi.
Eikenzoom 12, NL-6731 BH Otterlo
www.nederlandstegelmuseum.nl
Buitenlandse niet-industriële tegels
1200-1850
Vloertegels
1300-1940
Haardstenen
1500-1625
Nederlandse niet-industriële tegels
1600-2005
Nederlandse tableaus van niet-industriële tegels
1625-1940
Ontwerpen en modellenboeken
1700-2005
Buitenlandse industriële tegels
1840-1940
Nederlandse industriële tegels
1880-2005
Nederlandse tableaus van industriële tegels
1880-1960
Productiemiddelen
1900-2005
Nederlandse tegels van keramisten
1945-2005