Vluchten in 1914

Vluchten in 1914

Na de Duitse bombardementen op Antwerpen vanaf eind september 1914 en de val van de Vesting Antwerpen op 10 oktober in datzelfde jaar, steekt ongeveer een miljoen Belgische burgers de grens met Nederland over. De Nederlandse regering laat in december drie vluchtoorden voor de vluchtelingen bouwen, in Nunspeet, Uden en in Ede, op de Eder Hei. Voor de gevluchte militairen worden aparte kampen gebouwd, onder andere in Harderwijk. De eerste 170 bewoners komen op 1 februari 1915 het barakkenkamp van Ede binnen. Dat aantal loopt op tot 5.340. Een derde daarvan bestaat uit kinderen.

Op deze kaart van het Vluchtoord uit 1916 zie je de inrichting van het kamp. Ongeveer veertig barakken staan in drie woonblokken met de namen Scheldedorp, Maasdorp en Leyedorp bij elkaar. In ieder ‘dorp’ zijn er slaapzalen, eetzalen en waslokalen. In het vierde blok bevinden zich de gemeenschappelijke ruimtes zoals het ziekenhuis, de kerk en de scholen. In 1984 wordt, zeventig jaar na het begin van de Eerste Wereldoorlog, die ook wel de ‘Grote Oorlog’ wordt genoemd, een rechtopstaande zwerfkei geplaatst op de plek van het Vluchtoord Ede.

 


Gemeentearchief Ede